Terug naar overzicht
Yvonne van Oosten

Yvonne van Oosten

Eigenaar

31 augustus 20265 min leestijd

Misschien moeten we eens ophouden met alles veilig te willen maken

Ik merk dat ik de laatste tijd veel nadenk over veiligheid. We hebben het er nogal vaak over. Psychologische veiligheid, sociale veiligheid, een veilige werkomgeving. En begrijp me goed: ik vind veiligheid ontzettend belangrijk. Ik schrijf en praat er zelf veel over. Maar ik begin me ook iets af te vragen.

Zijn we veiligheid niet een beetje gaan verwarren met: het mag niet meer ongemakkelijk worden?

Want dat is natuurlijk iets anders.

Ik kom regelmatig in teams waar gezegd wordt: “Het voelt hier niet veilig.” En daar moet je naar luisteren. Altijd. Maar daarna begint voor mij pas het interessante gesprek. Wat voelt er dan precies niet veilig? Ben je bang voor consequenties als je iets zegt? Word je buitengesloten? Wordt informatie tegen je gebruikt? Is er sprake van intimidatie? Dan hebben we een serieus veiligheidsprobleem. Maar soms hoor ik iets anders. Ik vind het moeilijk om hem aan te spreken. Ik weet niet hoe zij gaat reageren. Ik ben bang dat het gesprek ongemakkelijk wordt. Ik wil de relatie niet beschadigen. Misschien is dit geen onveiligheid. Misschien is dit gewoon spanning. En spanning hoort erbij. Sterker nog: volgens mij hebben we spanning nodig als we werkelijk iets met elkaar willen veranderen.

Want verbinding betekent niet dat we het altijd eens zijn. Vertrouwen betekent niet dat jij altijd aardig tegen mij doet. En veiligheid betekent al helemaal niet dat niemand meer iets mag zeggen waarvan een ander even moet slikken. Soms moet er geslikt worden. Ik ook trouwens.
Ik schreef laatst over een gesprek met een collega dat ik zelf veel te lang had uitgesteld. Ik vond ergens iets van, maar dacht: laat gaan Yvonne. Geef ruimte. Zit er niet zo bovenop.
Heel volwassen allemaal. Dacht ik. Totdat het uiteindelijk behoorlijk rottig mijn strot uitkwam en de tranen over mijn wangen liepen. Lekker veilig. 😉

Achteraf was het probleem helemaal niet dat het gesprek onveilig was. Ik had het spannend gevonden. En omdat ik die spanning niet was aangegaan toen hij nog klein was, had ik hem zelf behoorlijk groot laten worden. Dat zie ik in organisaties ook. We praten óver elkaar in plaats van mét elkaar. We vullen in wat een ander waarschijnlijk bedoelt. We zoeken iemand die ons gelijk geeft. We wachten. Nog even. Nog een week. Nog een overleg. En ondertussen groeit iets wat ooit een klein ongemak was uit tot een heel verhaal. En vervolgens zeggen we: “Er is hier geen vertrouwen.” Vertrouwen ontstaat niet doordat we moeilijke gesprekken vermijden. Vertrouwen ontstaat juist doordat we ze voeren. En doordat we vervolgens ontdekken: hé, we zijn er nog. Jij denkt nog steeds anders dan ik. Ik vind jouw gedrag misschien nog steeds irritant. Jij vond mijn boodschap waarschijnlijk ook niet bepaald gezellig. Maar we zijn niet van elkaar weggelopen.

We leven en werken in een tijd waarin er ontzettend veel verandert. Organisaties veranderen, functies veranderen, verwachtingen veranderen. Het oude werkt soms niet meer, terwijl niemand precies weet wat ervoor in de plaats moet komen. En mensen zijn niet zo fantastisch in niet-weten. We willen antwoorden. Liefst vandaag. Wat wordt de nieuwe structuur? Wie gaat waarover? Wat betekent dit voor mij? Wat is het plan? Wanneer weten we meer? En als die antwoorden er niet zijn, ontstaan er verhalen. Ze zullen het wel allang besloten hebben. Er speelt vast meer. Ze vertellen ons niet alles. Dit gaat nooit werken.
Voor je het weet reageren we niet meer op wat er gebeurt, maar op wat we dénken dat er gebeurt. Ook dat doet iets met vertrouwen.

En precies daarom denk ik dat leiderschap op dit moment misschien helemaal niet betekent dat je overal een antwoord op moet hebben. Misschien wel het tegenovergestelde. Durven zeggen: “Ik weet het nog niet.” Zonder daarna onmiddellijk zes zinnen te produceren waardoor het alsnog klinkt alsof je het eigenlijk wel weet. Gewoon. Ik weet het niet. Dit weten we wel. Dit weten we nog niet. En als ik meer weet, vertel ik het je. Ik vertrouw jou blijkbaar voldoende om de onzekerheid niet voor je weg te poetsen. En jij vertrouwt mij hopelijk voldoende om niet onmiddellijk te denken dat ik iets achterhoud. Dat is volgens mij volwassen samenwerken. Niet alles oplossen. Niet alle spanning verwijderen. Maar samen kunnen verdragen dat het soms even schuurt, onduidelijk is of gewoon ronduit ongemakkelijk voelt.

En misschien moeten we daarom een andere vraag gaan stellen. Niet alleen: “Voel jij je veilig?”
Maar ook: “Durven wij hier iets te zeggen waardoor het even ongemakkelijk kan worden?”
Want als het antwoord daarop nee is, kunnen we honderd heidagen organiseren over vertrouwen. Dan gebeurt er nog steeds niets.

Verbinding vraagt dat we blijven. Veiligheid vraagt dat we elkaar niet beschadigen wanneer het spannend wordt. Vertrouwen ontstaat doordat we ervaren dat dat inderdaad gebeurt. En vooruitgang? Die begint meestal precies op het moment dat iemand denkt: Shit. Ik moet hier eigenlijk iets van zeggen.
En het dan ook doet.

Groet,
Yvonne

Klaar voorhet echte gesprek?

Nee heb je, ja kun je krijgen. Bel gewoon, mail of plan een gesprek. Kunnen wij je niet helpen, dan kijken wij in ons netwerk en geven we je advies zodat je alsnog verder komt.

Plan kennismaking
Misschien moeten we eens ophouden met alles veilig te willen maken — The Headroom | The Headroom